Getallen: Breuken
Het omgekeerde
Omkeren van breuken
Als we in de breuk #\tfrac{2}{3}# de teller en de noemer omwisselen, krijgen we #\tfrac{3}{2}#. We zien nu dat: \[\tfrac{2}{3} \times \tfrac{3}{2} =\tfrac{6}{6} = 1\]
In het algemeen geldt:
Twee getallen heten elkaars omgekeerde als hun product #1# is.
Voorbeelden
\begin{array}{rcrcr}\tfrac{3}{5} &\times& \tfrac{5}{3} &=& 1\\\tfrac{1}{10} &\times& 10 &=& 1\\-\tfrac{4}{3} &\times& -\tfrac{3}{4} &=& 1\end{array}
#{{26}\over{7}}#
Als we de breuk #{{7}\over{26}}# omkeren vinden we #{{26}\over{7}}#. Ter controle vermenigvuldigen we de getallen en controleren we of het product gelijk is aan #1#.
\[{{7}\over{26}} \times {{26}\over{7}}=1\]
Dus het omgekeerde van #{{7}\over{26}}# is #{{26}\over{7}}#.
Als we de breuk #{{7}\over{26}}# omkeren vinden we #{{26}\over{7}}#. Ter controle vermenigvuldigen we de getallen en controleren we of het product gelijk is aan #1#.
\[{{7}\over{26}} \times {{26}\over{7}}=1\]
Dus het omgekeerde van #{{7}\over{26}}# is #{{26}\over{7}}#.
Ontgrendel volledige toegang
Toegang voor leraar
Vraag een demo account aan. Wij helpen je graag op weg met onze digitale leeromgeving.